De verhuur van een tweede woning heeft invloed op uw belastingaangifte, en het is belangrijk te begrijpen of de huurinkomsten in box 1 of box 3 vallen.
Verhuur in box 1 komt voor als u de woning commercieel verhuurt, bijvoorbeeld via een kortetermijnverhuur zoals Airbnb, of als u er actief inkomen uit haalt.
De huurinkomsten worden dan belast als onderdeel van uw inkomen, met het reguliere belastingtarief.
Als de verhuur echter een passieve bron van inkomsten is, zoals bij langetermijnverhuur, valt het onder box 3, waarbij u belasting betaalt over het vermogen dat de woning vertegenwoordigt, niet over de huurinkomsten zelf.
De WOZ-waarde speelt een rol bij de belastingheffing in box 3.
De waarde van uw woning wordt namelijk gebruikt om het vermogen te berekenen waarover belasting wordt geheven.
Bij verhuur wordt de woning tegen de WOZ-waarde belast, wat een belangrijke overweging is bij het bepalen van de belastingdruk.
Er kunnen ook fiscale voordelen zijn, zoals aftrekken van onderhoudskosten of hypotheekrente als de woning in box 1 valt.
In 2025 wordt het fictieve rendement verlaagd naar 5,88%, wat invloed heeft op de belastingdruk.
Dit betekent dat u minder belasting betaalt over het rendement dat de fiscus aanneemt dat u behaalt uit uw vermogen.
De belasting op een tweede huis valt onder box 3, waar de waarde van het pand wordt belast op basis van een fictief rendement.
Dit rendement wordt jaarlijks aangepast.
In 2025 bedraagt het fictieve rendement 5,88%.
De belasting wordt vervolgens berekend op basis van de WOZ-waarde van het pand.
Helaas is belastingvrije verhuur van een tweede woning niet mogelijk.
De huurinkomsten worden belast in box 1 als u het pand tijdelijk verhuurt via bijvoorbeeld Airbnb.
Als u verhuurt voor langere tijd, vallen de inkomsten onder box 3 en wordt de waarde van het vastgoed belast.
Bij de verkoop van uw tweede huis wordt de belastingheffing in box 3 aangepast, afhankelijk van de winst en de veranderingen in uw vermogen.
Eventuele winst uit de verkoop wordt niet apart belast, maar kan invloed hebben op het totaalvermogen dat onder box 3 valt.
In box 3 wordt belasting geheven over uw vermogen, zoals uw tweede woning.
Tot 2024 werd dit belastingtarief berekend op basis van een fictief rendement van 6,17%.
Dit percentage wordt in 2025 verlaagd naar 5,88%.
Dit betekent dat u minder belasting betaalt over het rendement dat de fiscus aanneemt dat u behaalt uit uw vermogen.
Daarnaast is het belastingtarief in box 3 ook aangepast, wat voor veel huiseigenaren, spaarders en beleggers kan leiden tot een lagere belastingaanslag, maar mogelijk hogere belastingkosten voor mensen met veel vermogen.
Als tweede huiseigenaar betekent dit dat uw belastingdruk kan veranderen, afhankelijk van de waarde van uw woning en andere vermogensbestanddelen.
Deze wijzigingen maken het belangrijker dan ooit om de belastingregels goed te begrijpen, zodat u niet voor onverwachte kosten komt te staan.
De belasting op een tweede huis verandert per 2025, en het is belangrijk om goed voorbereid te zijn op de impact.
Als eigenaar van een tweede woning valt u onder de belasting in box 3 van de inkomstenbelasting, gebaseerd op een fictief rendement.
Dit rendement is in 2025 verlaagd naar 5,88%, wat invloed heeft op de belastingdruk.
Dit kan voor veel vastgoedbezitters zorgen voor een lagere belastingaanslag dan in voorgaande jaren.
Daarnaast kunnen de belastingtarieven voor tweede woningen stijgen, vooral voor huiseigenaren die hun woning verhuren.