Als het kind deze negatieve gevoelens gaandeweg overneemt, is er sprake van ouderverstoting.
De ene ouder – vaak degene waar het kind het meest verblijft – praat regelmatig negatief en minachtend over de andere ouder.
Het kind neemt deze negatieve gevoelens langzaam over.
Ouderverstoting vindt vaak plaats tijdens of na een (vecht)scheiding.
De relatie van het kind met de andere ouder was voor de scheiding goed, maar verandert gaandeweg.
Bij ouders herkent u ouderverstoting als de ene ouder vaak en zeer negatief over de andere ouder praat in het bijzijn van het kind.
Ook kan de ouder het kind te veel bij de scheiding betrekken en informatie over de scheiding delen die ongeschikt is.
Hierdoor kan het kind vader of moeder zielig gaan vinden en partij kiezen.
Soms gebeurt het dat één van de ouders de ander niet of slecht informeert over belangrijke zaken die over het kind gaan.
Bij ernstige vormen van ouderverstoting kan de ene ouder de andere ouder zelfs ten onrechte beschuldigen van misbruik of mishandeling van het kind.