De verjaring van aanslagbelastingen is geregeld in artikel 16 algemene wet inzake rijksbelasting. Hierin is opgenomen dat belastingaanslagen verjaren na verloop van een periode van 5 jaar. Is het inkomen of vermogen echter opgekomen in het buitenland, dan wordt de navorderingtermijn verlengd tot 12 jaar. De naheffingstermijn bij de aangiftebelasting is geregeld in artikel 20 AWR. Hierin is opgenomen dat de bevoegdheid tot het opleggen van een naheffingsaanslag verjaart na verloop van 5 jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan dan wel de teruggaaf is verleend. Indien er uitstel is verleend voor het indienen van de aangifte, dan wordt de navorderingstermijn verlengd met het verleende uitstel. Indien er een informatiebeschikking is opgelegd, wordt de navorderingstermijn verlengd met de periode tussen de bekendmaking van de met betrekking tot die belastingaanslag of beschikking genomen informatiebeschikking en het moment waarop deze informatiebeschikking onherroepelijk komt vast te staan of wordt vernietigd. Verjaring van een belastingaanslag vindt plaats 5 jaar nadat de betaaltermijn is verstreken.