De aanslag van ambtswege is een procedure in de Belgische inkomstenbelasting die door de fiscus kan worden gevolgd als antwoord op het feit dat de belastingplichtige zich niet heeft gehouden aan bepaalde voorschriften, vooral informatieverplichtingen.
De aanslag van ambtswege wordt geregeld in de artikelen 351 tot en met 352bis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen van 1992.
De procedure van aanslag van ambtswege bestaat in bepaalde gevallen waar de belastingplichtige het werk van de administratie belemmert of bemoeilijkt bij het vaststellen of controleren van de belastbare grondslag.
Het voornaamste gevolg van deze procedure is dat de fiscus een aanslag kan vestigen op de inkomsten waarvan hij het bestaan vermoedt op basis van de gegevens waarover hij beschikt.
Deze aanslag wordt geacht correct te zijn, tenzij de belastingplichtige het tegenbewijs levert.
De bewijslast wordt dus omgedraaid.
Een aanslag van ambtswege is slechts mogelijk in de volgende gevallen: de belastingplichtige heeft zijn aangifte niet of te laat ingediend, de belastingplichtige heeft een ongeldige aangifte ingediend, de belastingplichtige heeft geen inzage gegeven in zijn boeken of bescheiden, bijvoorbeeld in het kader van een fiscale visitatie, de belastingplichtige heeft niet of niet tijdig geantwoord op een bericht van wijziging, en de belastingplichtige heeft niet of niet tijdig geantwoord op een vraag om inlichtingen.