Over interestinkomen betaalt u als particulier in beginsel 30% belasting. De nieuwe staatsbon was toch net bedoeld als tegenzet tegen een banksector die treuzelt met renteverhogingen op de spaarboekjes. Ontvangt u toch een hogere rente, dan is deze ook slechts belast tegen 15%.
Een wetgever mag fiscale onderscheiden maken. Om een heel eenvoudig voorbeeld te geven: arbeidsinkomen is belast tegen progressieve tarieven gaande van 25% tot 50%, terwijl dividenden belast zijn tegen 30%.
De conclusie ervan – heel kort samengevat – is dat de fiscaliteit van de spaarboekjes kon worden behouden, op voorwaarde dat ook buitenlandse spaarboekjes uitgegeven door banken in andere EU-lidstaten van dezelfde fiscale behandeling konden profiteren.
Naar mijn mening mag de fiscale gunstregeling voor de nieuwe staatsbon op één jaar daarom behouden blijven, ook al schendt deze het gelijkheidsbeginsel.
Beleggers in schuldpapier van deze bedrijven en EU- overheden, hebben daarom een argument om ook een heffing van 15% te eisen over de interesten.