Bezitters van opstallen zijn aansprakelijk voor schade, als die schade wordt veroorzaakt door een gebrek in of aan hun opstal.
Men spreekt van een gebrekkige opstal als deze niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en daardoor een gevaar voor personen of zaken oplevert.
De wettelijke bepaling over aansprakelijkheid van opstallen is zodanig geformuleerd, dat de eigenaar van een opstal aansprakelijk is bij schade door een gebrek, zonder dat er sprake hoeft te zijn van schuld of een verwijt.
Deze risicoaansprakelijkheid betekent echter niet, dat men als bezitter van een gebouw per definitie aansprakelijk is voor iedere schade, die door of vanwege het gebouw is veroorzaakt.
Voor het aannemen van een gebrek moet immers beoordeeld worden of de bezitter iets verweten kan worden met betrekking tot het onderhoud, de constructie of het gebruik van materialen in relatie tot de kans op gevaar.
Als eenmaal in rechte vaststaat dat de bezitter van een gebouw aansprakelijk is, is de schadevergoedingsplicht beperkt tot die schade die naar redelijkheid aan de onrechtmatige gedraging is toe te rekenen.