Er zijn verschillende manieren om een procedure op te starten bij de familierechtbank: via een dagvaarding, via een verzoekschrift of via een gezamenlijk verzoekschrift.
In de dagvaarding legt de partij die de procedure opstart uit wat het conflict is en wat hij/zij wil dat de rechter beslist.
Als je een dagvaarding krijgt, dan vind je daarin waar, wanneer en om hoe laat je op de rechtbank moet zijn.
Een gerechtsdeurwaarder geeft de dagvaarding af aan de tegenpartij.
De partij die de procedure opstart, ondertekent het verzoekschrift en bezorgt het aan de griffie van de familierechtbank.
De griffie stuurt een oproepingsbrief naar de tegenpartij.
Via een verzoekschrift kan je een procedure opstarten voor echtscheiding, ouderlijk gezag en verblijfsregeling van minderjarige kinderen, onderhoudsbijdragen, recht op persoonlijk contact met een minderjarig kind, toestemming om te huwen en registratie verklaring van wettelijk samenwonen.
Op welke manier je de procedure ook opstart, je moet steeds volgende administratieve documenten aan de rechtbank bezorgen: uittreksels van de geboorteakte van de kinderen, bewijzen van woonst, enzovoort.
Je moet 24 euro betalen voor het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand.
De rechter beslist op het einde van de procedure wie de rolrechten moet betalen.