Minderjarigen onder de twaalf jaar hebben nu een hoorrecht.
Op basis van art. 1004/1, nieuwe §1, eerste lid Ger.W. heeft elke minderjarige over wie de procedure handelt het recht om gehoord te worden.
Voorheen werd een onderscheid gemaakt tussen kinderen op basis van de leeftijdsgrens van 12 jaar.
In de nieuwe wet wordt in principe de leeftijdsgrens van 12 jaar behouden, maar worden de kinderen jonger dan 12 jaar nu ook actief ingelicht over het feit dat een kind een dergelijk verzoek kan overmaken aan de rechter.
De wet verduidelijkt dat in het verzoek met betrekking tot een kind onder de 12 jaar, duidelijk moet worden aangegeven of dit verzoek uitgaat van de minderjarige zelf, dan wel van de ouders.
In de nieuwe wet zijn er nieuwe wetsbepalingen toegevoegd in verband met bemiddelingsakkoorden tussen ouders.
Partijen zijn nu verplicht om in een onderling akkoord te verduidelijken op welke wijze er rekening wordt gehouden met het belang van het kind.
Partijen dienen dus verder te gaan dan het louter opnemen van stijlformules.
In de praktijk zal het vooral gaan over de mogelijkheid om hobby’s te blijven uitoefenen, de afstand naar de school, contact met familie, etc.
Bovendien houdt de wetswijziging in, dat in een akkoord tussen partijen over gemeenschappelijke kinderen, ook verduidelijkt moet worden op welke wijze het belang van de minderjarige halfbroers/ halfzussen van de gemeenschappelijke kinderen in aanmerking wordt genomen.
Bij gebreke aan bovenstaande informatie in verband met het belang van het kind in een bemiddelingsakkoord, kan de rechter niet overgaan tot homologatie ervan.