De belasting in box 3 wordt als hoofdregel vormgegeven als een vermogensaanwasbelasting.
Daarbij wordt jaarlijks belasting geheven over de inkomsten uit vermogen en de gerealiseerde en ongerealiseerde waardeontwikkeling van vermogensbestanddelen in het betreffende jaar.
Voor onroerende zaken en aandelen in startende innovatieve ondernemingen geldt als uitzondering op de hoofdregel een vermogenswinstbelasting.
Het eigen gebruik van een onroerende zaak, die het gehele jaar niet wordt verhuurd, wordt jaarlijks forfaitair belast.
Deze zogenoemde vastgoedbijtelling bedraagt 2,65% van de WOZ-waarde.
Onderhoudskosten en andere kosten van onroerende zaken zijn aftrekbaar met dien verstande dat de kosten van een onroerende zaak, die het gehele jaar niet wordt verhuurd, niet aftrekbaar zijn.
Als een onroerende zaak wel wordt verhuurd, maar minder dan 90% van het jaar, wordt gekeken naar zowel de hoogte van de huurinkomsten minus de onderhoudskosten en andere kosten als naar de hoogte van de vastgoedbijtelling.
Bij gemengd gebruik wordt het hoogste van deze twee bedragen belast.
Het belastingtarief in box 3 wordt 36%.
Er komt een heffingsvrij inkomen van € 1.250.